Resultaten

Wat leren leerlingen op onze school? En wat gaan leerlingen doen als hun tijd bij ons erop zit? Dat onderzoeken we ieder jaar.  

Basisvaardigheden

Rekenen, lezen, taal en burgerschap zijn belangrijke vakken. Leerlingen hebben deze vakken nodig om goed mee te kunnen doen op school, in vervolgonderwijs en later op de werkvloer. Daarom besteden we in onze lessen veel aandacht aan deze basisvakken.

Bij taal en lezen leren leerlingen informatie begrijpen, opdrachten maken en samenwerken. Bij rekenen leren zij vaardigheden die zij nodig hebben in praktische situaties, zoals geld, tijd en overzicht houden. Bij burgerschap oefenen leerlingen hoe zij omgaan met anderen, keuzes maken en deelnemen aan de maatschappij. Deze vakken geven leerlingen de basis die zij nodig hebben om verder te groeien.

We willen dat minimaal 75% van onze leerlingen aan het einde van hun schoolperiode het streefniveau voor deze vakken haalt. Vorig schooljaar waren dit de resultaten:

  • Rekenen: 96% van de leerlingen haalde het streefniveau.
  • Lezen: 100 % van de leerlingen haalde het streefniveau.
  • Taal: 100% van de leerlingen haalde het streefniveau.

Daarmee hebben we onze ambitie behaald en daar zijn we trots op.

Ten slotte deden 36 leerlingen mee aan de examens. Ons gemiddelde slagingspercentage op niveau was 90%

  • 5 leerlingen deden vmbo-tl examen, 4 geslaagd (slagingspercentage 80%)
  • 16 leerlingen deden vmbo-basis examen, 15 geslaagd, (slagingspercentage 94%)
  • 9 leerlingen deden vmbo-kader examen, 8 geslaagd, (slagingspercentage 89%)
  • 6 leerlingen doen gespreid examen en hebben al enkele onderdelen afgerond.

Sociale en maatschappelijke vaardigheden

Naast de basisvaardigheden vinden we het belangrijk dat leerlingen zich ook sociaal en maatschappelijk ontwikkelen. Het gaat daarbij om vaardigheden zoals samenwerken, omgaan met emoties, zelfvertrouwen, verantwoordelijkheid en sociale omgang. Het Briant College gebruikt de SCOL om te volgen hoe leerlingen zich sociaal ontwikkelen. We kijken daarbij naar zichtbaar gedrag van leerlingen in verschillende situaties op school. Sociale competentie betekent dat een leerling op een passende manier kan én wil omgaan met anderen.

Hiervoor zijn drie dingen belangrijk:

  • Kennis (weten wat passend gedrag is)
  • Vaardigheden (kunnen toepassen in de praktijk)
  • Houding (bereid zijn om sociaal te handelen)

Bij de SCOL beoordelen we of gedrag past bij de leeftijd van de leerling en bij de situatie. Wat sociaal gedrag is, kan namelijk per situatie verschillen. Zo kan gedrag dat in de ene situatie goed past, in een andere situatie juist niet passend zijn.

De schoolstandaard is vastgesteld op 3. Het doel is daarmee voor alle categorieën dat 75% van de leerlingen een score van 3 of hoger behaald.

Wanneer wij kijken naar de laatste afname van de SCOL, dan zien wij dat 10,9% van de leerlingen op of boven de norm scoort. Dit is veel lager dan we willen en laten zien waar nog ondersteuning nodig is. We blijven investeren in een veilig pedagogisch klimaat en een leeromgeving die past bij de onderwijsbehoeften van onze leerlingen.

Wat gaan we doen?

We bekijken wat leerlingen nodig hebben om zich beter te ontwikkelen op dit gebied. Daarna passen we ons onderwijs en onze begeleiding daarop aan, zodat meer leerlingen het gewenste niveau kunnen behalen.

Uitstroom

Onze leerlingen stromen uit naar verschillende richtingen. Een groot deel stroomt door naar het mbo of ander voortgezet onderwijs, en een deel richting arbeid. De uitstroom richting arbeid neemt toe.

Vorig schooljaar stroomden 49 leerlingen uit. Van deze leerlingen vond 67% een plek in het regulier vervolgonderwijs, 16% ging naar ander voortgezet (speciaal) onderwijs en 8% is gaan werken.

Omdat steeds meer aandacht nodig is voor een goede overstap na school, gaat vanaf januari 2026 de nieuwe wet Van school naar duurzaam werk in.

Voor leerlingen met uitstroomprofiel Arbeid betekent dit dat wij aanvullende loopbaanbegeleiding (nazorg) organiseren.

Na uitstroom volgen we leerlingen op de werkplek en bieden ondersteuning waar nodig. Bijvoorbeeld bij veranderingen op het werk of in de thuissituatie. De mentor of trajectbegeleider blijft het aanspreekpunt voor ouders, leerlingen en de werkgever.

Van school naar duurzaam werk

Sinds 1 januari 2026 geldt de Wet van school naar duurzaam werk. Deze wet verplicht vso scholen om leerlingen met het uitstroomprofiel arbeid extra loopbaanbegeleiding te bieden. Daarom bieden we persoonlijke begeleiding, afgestemd op wat de leerling nodig heeft. Zowel tijdens de schoolperiode als tot twee jaar nadat een leerling de school heeft verlaten. Zo kunnen onze leerlingen zich ontwikkelen naar een zo zelfstandig mogelijke, duurzame plek in de maatschappij.

Wat betekent dit voor onze leerlingen?

Wij helpen leerlingen bij een goede en duurzame overgang naar werk. Dat doen we door:

  • Begeleiding tijdens de schoolperiode, zoals praktijklessen, stages en sollicitatietrainingen.
  • Persoonlijke gesprekken over loopbaanwensen, mogelijkheden en toekomstkeuzes.
  • Proactieve aanvullende loopbaanbegeleiding na het verlaten van school:
    • We houden minimaal drie keer contact in het eerste jaar.
    • We houden minimaal twee keer contact in het tweede jaar.

Samenwerking en overdracht

We werken nauw samen met de gemeente, het Doorstroompunt en andere regionale partners. Indien nodig zorgen we voor een warme overdracht naar vervolginstanties.

Voor ouders en oud-leerlingen

Ouders en oud-leerlingen kunnen altijd contact opnemen met onze school bij vragen of zorgen.

Op de website van De Onderwijsspecialisten staat meer informatie over het volledige beleid.

Naar een passende plek

We besteden veel tijd en aandacht aan het vinden van geschikte uitstroomplekken. En we bereiden onze leerlingen daar ook goed op voor. Na een jaar kijken we of ze nog op de plek zitten waar ze na onze school naartoe zijn gegaan.

We besteden veel tijd en aandacht aan het vinden van geschikte uitstroomplekken en bereiden uw zoon of dochter daar goed op voor. We willen onze oud-leerlingen na een jaar nog op de plaats van bestemming zitten. Vorig schooljaar was dat zo in 70% van de gevallen. Onze schoolnorm (75%) is hiermee niet behaald.